Skip to Content

Verzekeringsvormen

Levensverzekeringen bestaan in meerdere varianten die voor uiteenlopende doeleinden kunnen worden afgesloten. Om onderscheid te kunnen maken worden de verschillende verzekeringen onder meer onderverdeeld naar sector of naar verzekeringsvorm.

Individuele verzekeringen

Zoals de naam al aangeeft, worden deze verzekeringen individueel afgesloten en zijn deze verder niet gekoppeld aan andere verzekeringen of verzekeringnemers.

Collectieve verzekeringen

Verzekeringen die voor een groep (een Collectief) worden afgesloten. Bijvoorbeeld pensioenen of andere verzekeringen die via een werkgever of vakbond voor alle werknemers of leden wordt geregeld. In een dergelijk geval is er sprake van een “overkoepelend” contract, het zogenaamde “mantelcontract”. Gekoppeld aan dit mantelcontract worden vervolgens de individuele contracten met de deelnemende personen afgesloten.

(Collectieve) Volksverzekeringen

Volksverzekeringen zijn letterlijk “collectief voor een heel volk”. Dat wil zeggen dat iedere inwoner van een land, evenals iedere buitenlandse arbeidskracht die derhalve ook loonbelasting betaalt, verplicht premie afdraagt en daarmee tegelijkertijd begunstigde is van deze verzekeringen.
Collectieve volksverzekeringen worden ook wel “Sociale Verzekeringen” genoemd en omvatten de AOW (Algemene Ouderdomswet), de ANW (Algemene Nabestaandenwet) en de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten).
NB: Hoewel vanuit de historie de AKW (Algemene Kinderbijslagwet) ook tot de collectieve volksverzekeringen wordt gerekend, valt deze verzekering toch in een aparte categorie, aangezien voor deze verzekering, geen verplichte premie wordt gerekend.

Bij deelname aan een spaarkas storten alle participanten een bedrag in de kas. De totaal inleg van de kas wordt vervolgens voor langere tijd als spaargeld vastgezet of ingezet voor beleggingen. Op de vooraf vastgelegde datum wordt het ingelegde bedrag plus de verdiende rente of het beleggingsresultaat weer verdeeld wordt onder de dan nog levende deelnemers. Hierbij wordt met de verdeelsleutel uiteraard rekening gehouden met de hoogte van de individuele inleg, het moment van toetreding, leeftijd op het moment van toetreding, e.d.
NB: Bij overlijden vóór de expiratiedatum is dus geen sprake van recht of uitkering. Dit risico kan gedekt worden met het afsluiten van een aparte overlijdensrisicoverzekering. In dat geval vindt bij overlijden voor de einddatum, restitutie van de tot dan toe gedane inleg plaats.

Spaarkassen

Een spaarkas is een geheel op zichzelf staande verzekeringsvorm binnen de levensverzekeringen. Een spaarkas kan eigenlijk vergeleken worden met een gezamenlijke spaarpot waarbij er wordt gesproken van “deelnemers” in plaats van “verzekerden” of “verzekeringsnemers”.

  1. Geboortejaarkas: Een kas per geboortejaar waaraan alleen mensen met dat specifieke geboortejaar kunnen deelnemen. Toetreding tot een geboortejaarkas kan tot bijvoorbeeld 50 jaar na het betreffende geboortejaar. Na een vastgesteld aantal jaren na ditzelfde geboortejaar (bijvoorbeeld 65 jaar) gaat men over tot uitkering van de inleg, vermeerderd met de rente of het beleggingsresultaat, aan de nog levende deelnemers. Hierbij wordt rekening gehouden met onder meer de hoogte van de eigen inleg en het moment van toetreding.
  2. Jaarkas: Bij een jaarkas is deelname mogelijk per kalenderjaar, van 1 januari tot 31 december van dat jaar, waarna de jaarkas sluit voor inschrijving. Na de looptijd (einddatum) wordt het totaalbedrag in kas, bestaande uit de totale inleg plus het beleggingsresultaat of de verdiende rente, uitgekeerd aan de deelnemers. Ook in dit geval wordt de verdeelsleutel uiteraard opgemaakt, rekening houdend met zaken als hoogte van de totale individuele inleg, moment van inschrijving, leeftijd en overlevingskans op het moment van toetreding.
Back to top