Skip to Content

Begrippenlijst

A

Aandeel

Een aandeel staat voor een (aan)deel van het kapitaal van een onderneming en is daarmee tevens een “stukje” eigendom van een bedrijf.
Het bezit van aandelen brengt ook stemrecht met zich mee binnen de besluitvorming van het bedrijf; hoe groter uw aandeel, hoe zwaarder uw stem meetelt.

Aandeelhouder

Een aandeelhouder is de bezitter van aandelen van een bedrijf.

Aandelenlease

Beleggen met geleend geld.

Aanverwanten

Aanverwanten zijn de directe eigen familie van uw partner. Ook wel “schoonfamilie” genoemd.

Afkoopwaarder

De hoogte van het bedrag dat door de verzekeraar aan de verzekeringnemer wordt uitgekeerd bij het voortijdig beëindiging van de levensverzekering.
Dit bedrag vertegenwoordigd de tot dan toe opgebouwde waarde van de levensverzekering die wordt beëindigd, verminderd met de diverse gemaakte kosten.

Afkopen Levensverzekering

Bij het afkopen van een levensverzekering wordt de levensverzekering vroegtijdig beëindigd waarbij het recht op een uitkering, zoals eerder tussen de verzekeraar en verzekeringnemer overeen was gekomen, met de zgn. afkoopwaarde wordt afgekocht.

Annuïtair dalende risicoverzekering

Met een annuïtair dalende risicoverzekering sluit men een overlijdensrisicoverzekering af waarbij het verzekerde bedrag per maand daalt met de maandelijkse aflossing van een annuïteitenhypotheek.
Bij een annuïteitenhypotheek wordt de periodieke aflossing zo bepaald dat de aflossing en de bijbehorende rente samen steeds hetzelfde totaalbedrag vormen.
In deze constructie zal het aflossingsdeel per maand in het begin relatief laag zijn, maar toenemen naarmate de looptijd verstrijkt. Voor het rentedeel van het periodieke bedrag geldt daarmee het omgekeerde.

ANW

De afkorting ANW staat voor Algemene Nabestaandenwet.
Deze wet is een van de volksverzekeringen en voorziet in een uitkering voor de nabestaanden van een overledene.
De Algemene Nabestaandenwet is van toepassing op de volgende situaties:

  • Wanneer uw partner overlijdt heeft u waarschijnlijk recht op een nabestaandenuitkering, ook wel nabestaandenpensioen genoemd. Hierbij is het niet van belang of u gehuwd of ongehuwd samen een huishouden voerde.
  • Uw (huwelijks)partner overlijdt en u blijft als ouder of verzorger van een of meerdere minderjarige kinderen (halfwezen) achter. U hebt dan recht op een halfwezenuitkering.
  • Wanneer beide ouders zijn overleden hebben de achtergebleven kinderen recht op een wezenuitkering, ook wel wezenpensioen genoemd.

AOW

AOW staat voor Algemene Ouderdomswet.
Deze wet voorziet in een basispensioenregeling voor mensen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt.
Tevens kent de Algemene Ouderdomswet een partnertoeslag. Deze partnertoeslag is bedoeld voor AOW’ers wiens partner nog niet pensioengerechtigd is en zelf weinig tot geen eigen inkomen geniet.
Het recht op AOW geldt voor zowel werkenden als niet-werkenden.
Iedere inwonende van Nederland tussen de 15 en 65 jaar is verplicht voor de AOW verzekerd. Deze verplichte verzekering geldt ook voor buitenlandse arbeidskrachten die niet officieel in Nederland wonen.

AOW-franchise

De AOW-franchise is een term die wordt gebruikt in de pensioenregeling.
Omdat iedereen in Nederland uiteindelijk recht heeft op het ontvangen van AOW (vanaf het moment waarop men de AOW-leeftijd bereikt), wordt er vanuit gegaan dat men over een deel van het salaris geen pensioen opbouwt.
Dit deel van het salaris noemt men de AOW-franchise.
Deze AOW-franchise wordt in verband met de inflatie jaarlijks gecorrigeerd.

Bankspaarhypotheek

Met een bankspaarhypotheek lost u aan het einde van de looptijd uw hypotheek geheel (of gedeeltelijk) af met het kapitaal dat u d.m.v. banksparen hebt opgebouwd.
Op een geblokkeerde rekening bouwt u gedurende de looptijd kapitaal op waarover u rente ontvangt dat gelijk staat aan de hypotheekrente die u moet betalen.
Banksparen voor uw bankspaarhypotheek kan fiscaal zeer voordelig zijn. Rekening houdend met de geldende voorwaarden, kunt gedurende de looptijd in Box 1 (= inkomen uit werk en woning) uw inleg belastingvrij laten renderen.
( Gedurende de looptijd is er geen sprake van verplichte aflossing van de hypotheek.)

Banksparen

Met banksparen stort u (periodiek) geld op een geblokkeerde spaarrekening.
Afhankelijk van het doel waarvoor u spaart, mag de rekening alleen onder bepaalde voorwaarden gedeblokkeerd worden.
Banksparen kan fiscaal voordelig zijn, u betaalt namelijk geen vermogensrendementheffing over het opgebouwde vermogen zolang de rekening geblokkeerd is.
Spaardoelen bij banksparen kunnen zijn: uw uitvaart, een lijfrente of een bankspaarhypotheek.
Een voordeel van het banksparen is dat u gemakkelijk overzicht kunt houden over wat er met uw inleg gebeurt; welk deel voor sparen/beleggen en welk deel voor de rente. U weet dus altijd wat u werkelijk aan vermogen heeft opgebouwd.
Banksparen kan ook qua kosten voordelig zijn.

BEW

De afkorting BEW staat voor Beleggingsrekening Eigen Woning.
BEW wordt overigens ook wel uitgelegd als Beleggingsrecht Eigen Woning.
Net als bij een SEW (Spaarrekening Eigen Woning) stort u periodiek geld op een geblokkeerde rekening met als doel het opgebouwde kapitaal uiteindelijk in te zetten voor de aflossing van de hypotheekschuld. Het grote verschil is echter dat uw inleg vervolgens belegd wordt in onder meer beleggingsfondsen.
Hoeveel risico u hierbij loopt kunt u zelf aangeven, er kan van risicoloos tot risicovol belegd worden waardoor het eindkapitaal van uw BEW nooit van tevoren is vast te leggen.
U weet in tegenstelling tot een SEW pas aan het einde van de looptijd of uw opgebouwde kapitaal voldoende is voor volledige aflossing van de hypotheekschuld.

Begunstigde

De persoon die in de verzekeringspolis genoemd wordt als diegene die in het geval van uitkering door de verzekering de uitkering in ontvangst mag nemen.
Dit kan zowel de verzekeringnemer zelf, als een andere persoon zijn.

Beheerskosten

De kosten die gemaakt worden voor het beheren van een vermogen/kapitaal noemt men de “Beheerskosten”.
De beheerskosten worden betaalt uit het kapitaal dat is opgebouwd met de betaalde premies.

Belastbaar inkomen

Dat deel van uw inkomen waarover u belasting verschuldigd bent, waarin alle aftrekposten en bijtellingen reeds zijn verwerkt.

Belastingaftrek

Het kan zijn dat voor bepaalde kosten die u maakt belastingaftrek van toepassing is.
Dit wil zeggen dat deze kosten op uw bruto-inkomen in mindering mogen worden gebracht.
Dit resulteert dus in een verlaging van uw uiteindelijke belastbare inkomen.

Beleggersrekening

Een rekening waarop u geld stort dat vervolgens door de instelling waarbij de rekening loopt wordt ingezet om te beleggen, noemt men een beleggingsrekening.

Beleggingslijfrente

Zoals het begrip waarschijnlijk al duidelijk maakt wordt bij een beleggingslijfrente de ingelegde premie gebruikt om beleggingseenheden aan te kopen.
Als periodieke uitkering krijgt men echter ook een aantal beleggingseenheden in plaats van een vast bedrag. De waarde van de uitgekeerde beleggingseenheden is gekoppeld aan de beleggingskoersen waardoor deze kan fluctueren.
Bij het afsluiten van een beleggingslijfrente wordt uitgegaan van een vooraf geschat beleggingsrendement. Wanneer het rendement dus hoger uitvalt dan geschat, dan geniet u een hogere uitkering.
Uiteraard kan dit ook een risico betekenen in het geval het beleggingsrendement juist lager uitvalt dan verwacht. Hoeveel risico u wilt lopen met uw beleggingslijfrente kunt u voor een deel zelf beïnvloeden; de verzekeringnemer kan namelijk zelf aangeven in welke fondsen en producten er wordt belegd.

Beleggingsverzekering

Een beleggingsverzekering is een type levensverzekering waarbij de ingelegde premies worden ondergebracht in beleggingsfondsen. De verzekeringnemer kan hierbij aangeven in welke soort beleggingsfondsen de premiegelden worden belegd.
De hoogte van de uiteindelijk uitkering is daarmee dus gekoppeld aan de behaalde beleggingsresultaten.
Sommige risico’s die deze vorm van levensverzekering met zich mee kan brengen kunnen apart worden meeverzekerd.

Belening Levenspolis

Wanneer u een levensverzekering heeft waarbij de toekomstige uitkering zeker is, bestaat de mogelijkheid om een deel van die toekomstige uitkering te lenen, tot maximaal de afkoopwaarde van de levensverzekering.
Men noemt dit ‘Belening’.
In de meeste gevallen is dit een lening met een relatief laag rentetarief aangezien de toekomstige uitkering als onderpand voor de lening wordt ingezet.
Om in aanmerking te kunnen komen wordt meestal als eis gesteld dat de levensverzekering minimaal al 8 jaar loopt en dat er reeds een bepaald kapitaal is opgebouwd.

Bloedverwanten

Directe eigen familie. Bijvoorbeeld eigen kinderen, kleinkinderen, ouders, broers of zussen, enz.

Boxenstelsel inkomstenbelasting

Voor de Wet Inkomstenbelasting bestaan drie vormen van belastbaar inkomen die ieder in een van de drie boxen wordt ondergebracht.
De gehanteerde belastingtarieven verschillen per box.

Box 1

Uw belastbaar inkomen uit werk en woning valt in box 1.
Hierbij kunt u denken aan inkomsten uit eigen woning, loon, sociale uitkeringen en winst uit eigen onderneming.
Het deel van uw inkomen dat valt in box 1 wordt tegen een progressief tarief belast dat uit vier belastingschijven is opgebouwd. Dit wil zeggen dat het belastingpercentage hoger wordt bij een hoger inkomen.
Hypotheekrente en kosten voor inkomensvoorzieningen zoals een levensverzekering kunnen aftrekposten vormen binnen box 1.

Box 2

Voordelen die voortkomen uit een aanmerkelijk belang in aandelen (dit is aan de orde wanneer de belastingplichtige minimaal 5% aan aandelen van een BV of NV bezit) worden door de belastingdienst in box 2 geplaatst.

Box 3

Box 3 betreft de belasting van inkomsten uit sparen en beleggen.
Hierbij wordt gekeken naar het gemiddelde vermogen waarbij wordt gerekend met de peildata 1 januari en 31 december van het betreffende jaar.
Schulden anders dan een hypotheek worden hierop in mindering gebracht.
Het overgebleven bedrag dat boven de heffingsvrije grens uitkomt vormt de zogenaamde rendementsgrondslag waarover vervolgens belasting moet worden betaald.

Direct writer

Een direct writer is een verzekeringsmaatschappij die rechtstreeks zaken doet met de klant, zonder tussenkomst van een tussenpersoon.

Divident

Divident is het winstdeel dat bedrijven uitkeren aan hun aandeelhouders.

Doelkapitaal

Het kapitaal dat u aan het einde van een bepaalde periode opgebouwd wilt hebben.

Doorloopconstructie

Wanneer met een aan een spaarhypotheek gekoppelde spaarverzekering het bedrag is bereikt dat nodig is voor de aflossing van de schuld, dan wordt in de meeste gevallen de spaarverzekering beëindigd. Dit moment valt dan meestal samen met de einddatum.
Met een doorloopconstructie is het mogelijk om de spaarverzekering te verlengen.
De aflossing van de hypotheek wordt hiermee weliswaar uitgesteld, maar het kapitaal van de spaarverzekering kan hierdoor wel verder groeien tot boven het bedrag van de schuld.

En-bloc

De en-bloc clausule geeft de verzekeraar de mogelijkheid om in de toekomst eenzijdig de premie van uw levensverzekering te verhogen.
Een en-bloc clausule wordt toegepast wanneer (onvoorziene) veranderde omstandigheden er toe leiden dat de premies het eventuele toegenomen risico voor de verzekeraar niet meer dekken.

Expiratiedatum

De einddatum waarop een contract of een deel daarvan afloopt, noemt men de expiratiedatum.

Factor-A

Bij het begrip Factor-A (of A-factor) staat de letter ‘A’ voor ‘aangroei’; de pensioenaangroei wel te verstaan.
De factor-A heeft dus betrekking op de aangroei in euro’s van een ouderdomspensioen in één kalenderjaar.

Fiscaal voordeel

Sommige kosten kunnen als zogenaamde aftrekpost in mindering worden gebracht op uw bruto inkomen.
Dit resulteert uiteindelijk in een lager belastbaar inkomen wat u derhalve fiscaal voordeel (belastingvoordeel) oplevert.

Gelijkblijvende risicoverzekering

Een gelijkblijvende risicoverzekering is een levensverzekering waarbij men gedurende de looptijd een vast bedrag verzekert en hiervoor steeds een vaste premie betaalt.
Bij het overlijden van de verzekerde wordt het verzekerde bedrag uitgekeerd aan de begunstigde(n).

Gemengde Levensverzekering

Een combinatie van een tijdelijke overlijdensverzekering en een verzekering bij leven die zowel apart als gekoppeld aan een hypotheek afgesloten kan worden.
Een gemengde levensverzekering is een verzekering die hetzelfde bedrag uitkeert bij leven als bij overlijden.

Gerichte lijfrente

‘Gerichte lijfrente’ heeft doorgaans betrekking op uitgestelde lijfrente en kan gekoppeld zijn aan een of meerdere verzekerde personen.
In tegenstelling tot zuivere lijfrente wordt bij een gerichte lijfrente de hoogte van de toekomstig uit te betalen lijfrentes niet direct bij het sluiten van de overeenkomst vastgelegd.
In plaats daarvan wordt bij ingang van de termijnuitkeringen de hoogte van het bedrag bepaald aan de hand van het tot dan toe opgebouwde lijfrentekapitaal.

Gezondheidsverklaring

Voor het afsluiten van een levensverzekering heeft u een gezondheidsverklaring nodig.
Via deze vragenlijst over uw gezondheidstoestand (die in sommige gevallen wordt aangevuld met een fysieke medische keuring) wordt het risico voor de verzekeraar bepaald.
Deze bevindingen worden vervolgens meegenomen in het bepalen van de hoogte van de te betalen premie.

Halfwezenuitkering

Wanneer uw (huwelijks)partner overlijdt en u als nabestaande de verdere verzorging van een kind onder de 18 jaar moet dragen, dan komt u in aanmerking voor een halfwezenuitkering.
De halfwezenuitkering is niet afhankelijk van het aantal minderjarige kinderen dat in uw huishouden verblijft; per gezin wordt er altijd maar één halfwezenuitkering toegekend.
U ontvangt de halfwezenuitkering zolang er een of meerdere minderjarige kinderen in uw huishouden wonen.
Wanneer een minderjarig kind niet bij de achtergebleven ouder verblijft maar in een ander huishouden, dan wordt de halfwezenuitkering uitgekeerd aan de verzorger van het kind ( dit is alleen van toepassing bij duurzame verzorging van ten minste zes maanden).

De halfwezenuitkering is tevens niet afhankelijk van een eventuele eerdere scheiding van de ouders.
Ook wanneer uw ex-partner overlijdt en u de zorg voor een of meerdere minderjarige kinderen draagt heeft u recht op uitkering. Hierbij is het niet van belang of u inmiddels samenwoont, dan wel getrouwd bent met een nieuwe partner.
De uitkering wordt zowel bij de verzorging van een eigen kind, als bij de verzorging van een stief- of pleegkind dat een eigen kind van de overleden ouder was, uitgekeerd.
Verder is het wel van belang dat de overleden ouder in Nederland woonde en/of werkte en dat u als achtergebleven partner niet ouder dan 65 jaar bent.

De halfwezenuitkering stopt wanneer uw kind

  • meerderjarig wordt
  • uw kind gaat trouwen / samenwonen / een geregistreerd partnerschap aangaat
  • uw kind opgenomen wordt in een ander huishouden / geadopteerd wordt
  • uw kind in detentie verblijft voor een periode langer dan één maand

Heffingskorting

De heffingskorting staat voor de standaard korting die iedere belastingbetaler krijgt op de te betalen belasting.
Daarnaast bestaan er specifieke heffingskortingen die van toepassing zijn voor bepaalde groepen.

Herroepingstermijn

Wettelijke richtlijnen betreffende het afsluiten van individuele levensverzekeringen voorzien onder meer in de zogenaamde ‘herroepingstermijn’.
De herroepingstermijn is een periode van 14 tot 30 dagen die ingaat op het moment dat de verzekeringnemer de bevestiging heeft ontvangen dat de overeenkomst met de verzekeraar is gesloten. Binnen deze termijn heeft de verzekeringnemer het recht om de gesloten overeenkomst alsnog op te zeggen. De precieze lengte van deze periode kan per verzekering of verzekeraar verschillen en is opgenomen in de algemene voorwaarden van de verzekeraar.
Het opzeggen van de overeenkomst dient doorgaans schriftelijk te geschieden waarbij opgaaf van reden door de verzekeringnemer niet vereist is.
Bij overeenkomsten die betrekking hebben op verzekeringen met een looptijd van maximaal 6 maanden, zijn verzekeringsmaatschappijen niet verplicht op deze herroepingstermijn op te nemen in de voorwaarden.
Dit geldt ook voor bijzondere omstandigheden waarbij de verzekeringnemer deze bescherming niet nodig heeft.

Hybride verzekeringen

Een levensverzekering waarbij men voor de waardeopbouw een renterekening kan combineren met beleggingsfondsen.

Jaarruimte

De jaarruimte is de maximaal aftrekbare investering in een lijfrente. Dit is bedoeld om een pensioentekort op te vullen.

Kapitaalsuitkering

Een eenmalige kapitaalsuitkering uit een levensverzekering wordt ook wel de ‘kapitaalsuitkering’ genoemd.
Afhankelijk van het type levensverzekering vindt de kapitaalsuitkering plaats op de einddatum of bij overlijden.

Kapitaalverzekering eigen woning

Bij een kapitaalverzekering eigen woning, ook wel afgekort tot KEW, wordt vaak een hypotheek gekoppeld aan een levensverzekering waarvan de waarde niet wordt meegenomen met de berekening van de vermogensrendementsheffing.
Dit betekent dat u dus geen belasting verschuldigd bent over de waarde van de polis.
Wanneer de (levens)verzekering uitkeert wordt het bedrag aangewend voor de gehele of gedeeltelijke aflossing van de betreffende hypotheek.

Keuringsgrens

De meeste verzekeringsmaatschappijen hanteren voor levensverzekeringen een keuringsgrens.
Dit wil zeggen dat de verzekeraar vanaf een bepaald verzekerd bedrag een medische keuring verplicht kan stellen.
Bij veel verzekeraars is deze grens gezet op €300.000,- verzekerde waarde.

Kruislingse premiebetaling

Er is sprake van kruislingse premiebetaling als partners ieder elkaars premie betalen voor de overlijdensdekking.

Levenhypotheek

De levenhypotheek is een hypotheekvorm die is gekoppeld aan een levensverzekering.
In deze constructie lost u tussentijds niet uw hypotheek af maar spaart u in plaats daarvan via uw levensverzekering. Vervolgens gebruikt u het gespaarde bedrag om aan het einde van de looptijd uw hypotheek af te lossen.

Levenslange lijfrenteverzekering

Wanneer de verzekerde veel langer leeft dan de gemiddelde leeftijd waar de verzekeraar vanuit gaat bij het afsluiten van de lijfrenteverzekering, dan kan het zijn dat de verzekeraar in totaal meer moet uitkeren dan het verzekerde vermogen dat de verzekeringnemer had opgebouwd.
Dit vormt voor de verzekeraar een financieel risico.
Bij een ‘levenslange lijfrenteverzekering’ wordt het zogenaamde ‘langlevenrisico’ gedragen door de verzekeraar.

Levensverzekering

Bij een het afsluiten van een levensverzekering komen de verzekeraar en de verzekeringnemer met elkaar overeen, dat de verzekeraar uitkeert tegen betaling van premie door de verzekeringnemer, in verband met het in leven zijn of het overlijden van de verzekerde.
Hierbij is sprake van het al dan niet uitkeren van een vooraf afgesproken geldbedrag dan wel betaling van de uitvaartkosten (betaling in natura), op een tevens vooraf afgesproken moment.

Lijfrente

Een lijfrente is een periodiek bedrag (de ‘lijfrente’) dat aan een begunstigde wordt uitgekeerd na het afsluiten van een lijfrenteverzekering.
Deze periodieke uitkering vindt plaats gedurende een vooraf overeengekomen termijn of voor onbepaalde tijd.
Bij uitkering voor onbepaalde tijd eindigt de uitkering pas bij overlijden van de verzekerde.
De aanspraak op de uit te keren lijfrente kan gekoppeld worden aan het leven van zowel één als meerdere personen.

Lijfrentebanksparen

U kunt voor uw pensioen vermogen opbouwen door middel van banksparen, men noemt dit ‘lijfrentebanksparen’. Lijfrentebanksparen kan fiscaal voordelig zijn.
U stort periodiek geld op een lijfrenterekening. Rekening houdend met de geldende voorwaarde, zijn deze stortingen fiscaal aftrekbaar in Box 1 (= inkomen uit werk en woning). De belastingteruggaaf die hier uit voortkomt is doorgaans hoger dan de belasting die u betaalt over de uiteindelijke pensioensaanvulling (de uitkeringen uit het uiteindelijk opgebouwde vermogen).

Lijfrenteverzekering

Een lijfrenteverzekering kan worden aangekocht door middel van een eenmalige of periodieke storting van de zogenaamde ‘koopsompolis’ door de verzekeringnemer.
De verzekeraar keert vervolgens vanaf een vooraf bepaalde datum periodiek uit aan de begunstigde, gedurende een vooraf overeengekomen periode of voor onbepaalde tijd, waarbij de uitkering (de ‘lijfrente’) in ieder geval stopt bij het overlijden van de verzekerde. (Dit verklaard overigens ook meteen de term ‘lijfrenteverzekering’: de verzekering is van kracht zolang het verzekerde ‘lijf’ van de verzekerde in leven is.)
In tegenstelling tot bijvoorbeeld een levensverzekering, kan een lijfrenteverzekering niet worden afgekocht.

Lijfrenteverzekering in combinatie met een hypotheek

Wanneer voorheen een lijfrenteverzekering werd aangekocht in combinatie met het afsluiten van een hypotheek, konden de toekomstige lijfrentes (de periodieke uitkeringen) geheel of deels ingezet worden voor de aflossing van de hypotheek.
Binnen de huidige regelgeving is dit echter niet meer mogelijk.

Lineair dalende risicoverzekering

Bij een lineair dalende risicoverzekering neemt het verzekerde bedrag per jaar in gelijke stappen ( het verzekerde (start)bedrag gedeeld door het aantal jaren van de looptijd) af.
Met een lineair dalende risicoverzekering kunnen risico’s gedekt worden die met het verstrijken van de tijd kleiner worden. Bijvoorbeeld het risico van plotselinge inkomensterugval bij overlijden of een afnemende hypotheekschuld.

Medische keuring

Bij het afsluiten van sommige verzekeringen, meestal verzekeringen voor een hoger bedrag, is het voor de (toekomstige) verzekeringnemer verplicht om een medische keuring te ondergaan.
Deze medische keuring wordt doorgaans uitgevoerd door een onafhankelijk arts.
De uitkomst van deze medische keuring kan, vaak tezamen met een ingevuld medisch vragenformulier, bepalend zijn voor de beslissing van de verzekeraar over het al dan niet accepteren van de klant als verzekerde en tegen welke premie.

Mixfonds

Een beleggingsfonds waarin men in verschillende soorten effecten belegt noemt men een ‘mixfonds’.
Zo investeert men bijvoorbeeld niet alleen in aandelen, maar ook in obligaties.
Het doel van een mixfonds is het spreiden van de risico’s.

Nabestaandenlijfrente

De nabestaandenlijfrente is een levensverzekering in de vorm van een lijfrente waarbij financiële zekerheid verzorgd wordt voor nabestaanden.
De uitkering van de lijfrente start wanneer de belastingplichtige (de verzekerde) of diens (gewezen) partner overlijdt.
Bij een nabestaandenlijfrente geldt dat men de begunstiging vrij kan inrichten met als enige beperking dat de uitkering alleen aan een natuurlijke persoon kan toekomen.
Een nabestaandenlijfrente kan zowel tijdelijk als levenslang uitkeren.

Nabestaandenpensioen

Wanneer u komt te overlijden, krijgen uw nabestaanden een uitkering.
Deze uitkering noemt men het nabestaandenpensioen. Als nabestaanden worden gezien: de achtergebleven (huwelijks)partner of broer(s) en/of zus(sen) met wie de overledene op het moment van overlijden een gezamenlijk huishouden voerde, eventuele kinderen van de overledene.
In sommige gevallen (afhankelijk of, en zo ja welke afspraken hierover zijn gemaakt) kan ook een ex-partner aanspraak maken op het nabestaandenpensioen.

NHT

De afkorting NHT staat voor Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij Terrorismeschade.
De NHT informeert over de manier waarop men in Nederland de verzekering van schade als gevolg van een terroristische aanslag heeft geregeld.
Wat dit voor invloed heeft op uw verzekering is terug te vinden in het clausuleblad terrorismedekking van uw polis.

Obligatie

Een obligatie is een bewijs van schuld voor een lening die door de overheid, een instelling of een onderneming is aangegaan bij bijvoorbeeld een privé persoon of een verzekeringsmaatschappij.
Door het uitgeven van een zogenaamde ‘obligatielening’ kan men aan een benodigde financiering komen.
De uitgever van de obligatie is een rentevergoeding verschuldigd aan de koper.
Met het kopen van een obligatie wordt het geld meestal voor langere tijd uitgeleend, vaak 10 jaar of langer.

Ontslagvergoeding

Bij ontslag kan uw werkgever u een ontslagvergoeding geven, ook wel gouden handdruk genoemd.
Deze ontslagvergoeding is een financiële compensatie voor de nadelige gevolgen die het ontslag voor u als werknemer kan hebben. Zo dient de ontslagvergoeding ter compensatie voor het missen van uw huidige inkomen, het mogelijk tijdelijk werkloos zijn en de daarbij ontstane pensioenschade.

Oudedagspensioen

Gedurende uw werkzame jaren kunt u sparen voor een inkomen voor een latere periode.
Wanneer dit uitgestelde inkomen gebruikt wordt als inkomen voor uw oudedag, dan maakt het onderdeel uit van uw oudedagspensioen.
De algemene norm voor een ‘goed pensioen’ is 70% van het laatstverdiende loon (eindloonregeling) of 70% van het gemiddeld verdiende loon (de middelloon regeling).
Het gehele oudedagspensioen bestaat drie zogenaamde pijlers:

  • het AOW
  • opgebouwd pensioen via uw werkgever(s)
  • pensioenvoorzieningen die u in de loop van de tijd zelf geregeld hebt

Oudedagslijfrente

Wanneer aan een aantal voorwaarden wordt voldaan kan het zijn dat de inleg of premie van uw bankspaarrekening of lijfrentepolis aftrekbaar is.
Dit noemt men een lijfrente; een systeem dat u ook als zogenaamde ‘oudedagslijfrente’ kunt toepassen.
Een oudedagslijfrente waarbij u als belastingplichtige zowel verzekeringnemer, verzekerde en begunstigde bent is een levenslange lijfrente.
Voor lijfrenten van na 2001 geldt dat de uiteindelijke uitkering uiterlijk ingaat op het moment dat u 70 jaar wordt.
Voordat een oudedagslijfrente inderdaad als zodanig wordt aangemerkt moet het onder meer zo zijn dat wanneer zo’n polis uitkeert na uw 65e, u van die uitkering een lijfrentepolis dient aan te kopen met een looptijd van ten minste 5 jaar.
(In het geval van lijfrentebanksparen bedraagt deze looptijd, bij uitkering na uw 65e, 20 jaar.)
Voor uitkering voor uw 65e jaar kan met aankoop van aan levenslange lijfrente.
Overigens is het ook mogelijk is om de lijfrente op 2 levens te baseren. Hierbij daalt de de oorspronkelijk overeengekomen uitkering dan (bijvoorbeeld) naar 70% na het overlijden van een van de partners.

Overbruggingslijfrente

De overbruggingslijfrente was een tijdelijke lijfrenteverzekering waarbij men de termijnen kon laten eindigen op 65-jarige leeftijd of op het moment dat men met pensioen ging.
Sinds 1 januari 2006 is deze verzekeringsvorm komen te vervallen en kan sinds die tijd ook niet meer nieuw aangekocht worden.
Had u echter vóór 1 januari 2006 een polis afgesloten waarvan u de premie nog kon betrekken op het fiscale jaar 2005, dan kunt u die onder bepaalde voorwaarden nog wel voor een overbruggingslijfrente aanwenden.

Overlijdensrisicoverzekering

Een overeenkomst tussen een verzekeraar en een verzekeringnemer waarbij men overeenkomt dat tegen betaling van premie door de verzekeringnemer, de verzekeraar bij overlijden van de verzekerde een vooraf afgesproken bedrag uitkeert waarvan vervolgens (een deel van) de nog lopende hypotheek (of andere lening) van de verzekerde kan worden afgelost.

Partnerconstructie

Wanneer aan een hypotheek van twee partners een levensverzekering is gekoppeld, volgt bij overlijden van een van hen een uitkering aan de eerste begunstigde.
Dit is in de meeste gevallen zonder partnerconstructie de hypotheekverstrekker (de bank).
Met een partnerconstructie wordt de uitkering echter aan de langstlevende partner gedaan die vervolgens alsnog de uitkering verplicht dient in te zetten voor de aflossing van de hypotheek.
Door deze handelswijze wordt de waarde van de uitkering juridisch niet tot de erfenis gerekend en kunnen eventuele andere nabestaanden hier dus geen aanspraak op maken.
Hiermee wordt voorkomen dat nabestaanden een (deel van) de waarde van het onderpand op kunnen eisen waardoor de langstlevende partner wellicht gedwongen de woning zou moeten verkopen.

Partneruitkering Lijfrente

Wanneer u een lijfrenteverzekering afsluit kunt u uw partner als tweede verzekerde laten registreren.
Hiermee regelt u een partneruitkering lijfrente waarmee de uitkering na uw overlijden doorloopt voor uw achtergebleven partner. Afhankelijk van het type lijfrenteverzekering die u heeft gekozen, loopt deze uitkering door zolang uw nabestaande leeft of (in het geval van een tijdelijke lijfrente) voor de duur van de looptijd.
Omdat de kans bestaat dat de totale periode waarin de verzekeraar dient uit te keren in deze constructie langer is dan zonder tweede verzekerde, is de periodieke uitkering vóór het overlijden van de (eerste) verzekerde vaak lager.
Hoewel een uitkeringspercentage van 100% mogelijk is, is in dit soort gevallen een percentage van 70% gebruikelijk.

Pensioen

Wanneer men stopt met werken ontvangt men een of meerdere uitkeringen: Ten minste AOW, eventueel aangevuld met eigen opgebouwde pensioenen of pensioenen die men via de werkgever heeft opgebouwd.
‘Het pensioen’ is opgebouwd uit het zogenaamde 3-pijlersysteem. Met deze drie pijlers worden de AOW, het pensioen van de werkgever en lijfrente aangeduid.

Pensioenaangroei

Uw pensioenaangroei is de mate waarin uw pensioen in een kalenderjaar (in euro’s) is gegroeid.
Met de bepaling van uw pensioenaangroei kan vervolgens worden vastgesteld of u in dat jaar voldoende pensioen hebt opgebouwd of dat er misschien sprake is van een tekort.

Pensioengrondslag

Dat deel van uw arbeidsinkomen waar uw pensioenopbouw op gebaseerd wordt noemt men de pensioengrondslag.
Deze pensioengrondslag komt als volgt tot stand: Uw jaarsalaris inclusief een eventuele dertiende maand en vakantietoeslag waar vervolgens de AOW-franchise wordt afgetrokken.

Polis

Een verzekeringnemer ontvangt van de verzekering een bewijsstuk van de afgesloten verzekering: de polis.
In de polis staan de overeengekomen afspraken vermeld waaronder zaken als de hoogte van de premie, de ingangsdatum, de verzekerde bedragen en het verzekerde risico.
Algemene en bijzondere voorwaarden van de verzekeraar worden ook tot de polis gerekend.

Premiedepot

Wanneer u een levensverzekering afsluit heeft u meestal de mogelijkheid om de verschuldigde premie te betalen via een premiedepot.
Een premiedepot is een rekening die u bij de verzekeraar kunt openen, speciaal voor het betalen van de premies.
In veel gevallen biedt een premiedepot een hogere rentevergoeding dan een ‘gewone’  spaarrekening en wordt vaak toegepast bij kapitaalverzekeringen.

Premiegrondslag

De premiegrondslag is een bepaalde waarde die men nodig heeft voor het berekenen van de jaarruimte.
Voor het berekenen van de premiegrondslag telt men uit het voorgaande jaar bij elkaar op: de winst uit onderneming vóór de ondernemersaftrek en vóór de toevoeging aan-/afneming oudedagsreserve; belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden; belastbaar loon (inclusief een eventuele auto van de zaak, verminderd met een eigen bijdrage) en tot slot belastbare (periodieke) verstrekkingen en/of uitkeringen.
Vervolgens verminderd men dit totaalbedrag met de zgn. AOW-franchise voor de lijfrente.

Premielijfrente

Hoewel een lijfrenteverzekering vaak middels een koopsom wordt afgesloten, kunt u er ook voor kiezen om toch een periodieke (maandelijks of jaarlijks) premie te betalen.
Hierbij heeft u de ruimte om zelf te bepalen hoeveel u aan premie betaalt.
Dit, tezamen met de specifieke verzekeringsvorm die u hebt gekozen, bepaalt de hoogte van uw uiteindelijke uitkering. Premielijfrenten kunnen een goed rendement opleveren.

Premie splitsing

Ongehuwde stellen en echtgenoten die op huwelijkse voorwaarden zijn getrouwd, hebben de mogelijkheid op premie splitsing toe te passen op hun levensverzekeringen.
Hiermee betaalt ieder het risicodeel van de premie voor de ander en kunnen zij in het geval van overlijden van een van de beiden, erfbelasting (successierechten) voorkomen aangezien de uitkering van de levensverzekering op deze wijze niet tot het nalatenschap wordt gerekend.
Stellen hoeven niet voor elkaar te betalen wanneer er in de polis duidelijk vermeld staat dat bij de levensverzekering premie splitsing is toegepast.

Premievrij

Een levensverzekering kan gedurende de looptijd premievrij gemaakt worden.
Dit wil zeggen dat de verzekering wel doorloopt tot de einddatum maar dat de verzekeringnemer geen premie meer betaald waardoor de verzekering vanaf dat moment een lagere verzekerde waarde vertegenwoordigd. (Indien gewenst kan men de verzekering later alsnog afkopen).
De reeds betaalde premies blijven op deze manier toch renderen tot de einddatum.
Veel verzekeraars blijven na het premievrij maken van de verzekering toch beheerkosten in rekening brengen.

Prognose-rendement

Het geschatte rendement van een investering of belegging.
Het prognose-rendement wordt ook wel ‘geprognotiseerd rendement’ genoemd en is meestal uitgedrukt in een percentage van de te betalen premie.

Rekenrente

Voor het berekenen van de uitkering van een levensverzekering wordt gebruik gemaakt van een vaste rente, de zogenaamde ‘rekenrente’.

Rendement

De term ‘Rendement’ staat eigenlijk voor ‘winst’.
Het begrip rendement wordt vaak gebruikt met betrekking op beleggingsverzekeringen, waarbij men het tevens heeft over de bruto-rendementen.
Hiermee wordt bedoeld, de groei van de waarde van de polis (door winsten) per jaar, voordat de kosten van de verzekeraar hierop in mindering zijn gebracht.

Rendementsgrondslag

De gemiddelde waarde van uw bezittingen, verminderd met uw schulden vormen samen uw rendementsgrondslag.
Bij de berekening van uw rendementsgrondslag wordt gewerkt met de peildata 1 januari en 31 december van een kalenderjaar.

Reserveringsruimte

De reserveringsruimte is de niet benutte jaarruimte van de afgelopen 7 jaar.

Risicodeel

Bij een levensverzekering die is gekoppeld aan een hypotheek, bestaat de premie uit twee delen waarvan een spaardeel en een risicodeel.
Door het betalen van het risicodeel wordt zekergesteld dat bij het overlijden van de verzekerde persoon of personen de schuld toch geheel of gedeeltelijk wordt afgelost.

SEW

De afkorting SEW staat voor Spaarrekening Eigen Woning.
De SEW is een vorm van banksparen. Ook hierbij stort u gedurende ten minste 15 jaar jaarlijks een bedrag op een geblokkeerde spaarrekening.
Het opgebouwde saldo is bedoeld om bij het beïndigen van de looptijd ingezet te worden ter aflossing van de hypotheekschuld.
De over het saldo op de SEW ontvangt de rekeninghouder een rente dat even hoog is als de verschuldigde hypotheekrente, u weet hierdoor van te voren wat het eindkapitaal van uw SEW zal zijn.
Omdat het eindkapitaal van tevoren vaststaat houdt dit ook in dat een verhoging van de hypotheekrente ook een verlaging van de eigen inleg betekent.
Kapitaal op een gewone spaarrekening wordt belast in Box 3, terwijl het saldo op een SEW belast wordt in Box 1.
Net als bij een Kapitaalverzekering Eigen Woning is het kapitaal op een SEW vrijgesteld van vermogensbelasting.

Samenlevingscontract

Afspraken over de zakelijke kant van het samenleven, zoals bijvoorbeeld over pensioenen en andere inkomensvoorzieningen, eigendomsverhoudingen en levensonderhoud kunnen worden vastgelegd in een samenlevingscontract.

Sommenverzekering

Bij een sommenverzekering wordt een vooraf vastgesteld bedrag uitgekeerd, ook als de geleden schade kleiner is dan de waarde van de uitkering.
Een levensverzekering is ook een sommenverzekering.
In tegenstelling tot bijvoorbeeld schadeverzekeringen, is het mogelijk dat meerdere verzekeringen uitkeren bij hetzelfde schadegeval, bijvoorbeeld in geval van overlijden.
Wanneer de ene verzekering reeds over is gegaan tot uitkering, dan heeft dit dus geen invloed op de uitkering van een andere verzekering.

Spaardeel

Bij een levensverzekering die is gekoppeld aan een hypotheek, bestaat de premie uit twee delen waarvan het risicodeel en het spaardeel.
Het spaardeel komt op een spaarrekening terecht. Samen met het rendement van deze spaarrekening vormt het spaardeel uiteindelijk het benodigde kapitaal om aan het eind van de loopdate de hypotheek af te kunnen lossen.
De rentevergoeding die over het spaarsaldo wordt betaald is belastingvrij en gelijk aan de hoogte van het rentepercentage dat betaald moet worden voor de hypothecaire lening.

Spaarhypotheek

Bij een spaarhypotheek spaart u gedurende de looptijd kapitaal in een levensverzekering waarbij de premierente even hoog is als de hypotheekrente.
Wanneer de looptijd van de hypotheek ten einde komt heeft u via de levensverzekering een kapitaal opgebouwd dat gelijk is aan de waarde van lening.
Hiermee lost u uiteindelijk de hypotheek af.

Stakingslijfrente

Stakingslijfrente is een fiscale faciliteit waarbij een ondernemer die de onderneming geheel of gedeeltelijk staakt, de daarbij behaalde winst (onder bepaalde voorwaarden) mag omzetten in een lijfrente.
Over het omgezette bedrag wordt dan geen fiscale afrekening toegepast.
De hoogte van het bedrag dat omgezet mag worden in een lijfrente is gemaximeerd. De hoogte van dit maximale bedrag is mede afhankelijk van de leeftijd van de onderneming ten tijde van de staking.

Stamrecht

Het begrip ‘stamrecht’ betekent eigenlijk ‘recht op periodieke uitkering’.
Wanneer u een ontslagvergoeding (een gouden handdruk) ontvangt kunt u ervoor kiezen om het netto bedrag aan vergoeding niet in een keer uit te laten keren. Het kan namelijk fiscaal voordeliger zijn om de ontslagvergoeding bruto onder te brengen in een stamrechtverzekering of een stamrecht BV.
In beide gevallen is het gestorte bruto bedrag onbelast voor de inkomstenbelasting. Vervolgens laat u het gekregen bedrag in delen als een periodieke uitkering aan uzelf uitkeren.

Sterftekans

Volgens de wet Inkomsten Belasting (IB) 2001 moet een lijfrente per definitie een bepaalde onzekerheid bevatten.
Een sterftekans van minimaal 1% is hierbij van belang.
Een sterftekans van 1% houdt in dat er een kans van 1% bestaat dat de uitkeringen van de betreffende verzekering ten einde komen door het overlijden van de verzekerde.
Met andere woorden: De duur van uw lijfrenteverzekering is mede bepaald door uw leeftijd en dus de kans dat u overlijdt.
Hoe hoger uw leeftijd, hoe groter de kans dat u kom te overlijden en hoe korter minimale looptijd van uw verzekering.
Bij het afsluiten van een levenslange lijfrente dient altijd te worden voldaan aan een 1% sterftekans.

Successierecht

Successierecht staat voor de belasting die wordt geheven over erfenissen en schenkingen.
Tegenwoordig spreekt men van ‘erfbelasting’ en ‘schenkbelasting’.

Switchen

Wanneer u een levensverzekering hebt gekoppeld aan een beleggingshypotheek of hybridehypotheek hebt u meestal de mogelijkheid om te ‘switchen’ binnen uw beleggingen.
Zo kunt u bijvoorbeeld aangeven dat u uw inleg niet meer wilt besteden aan obligaties maar alleen nog maar in aandelenfondsen, of omgekeerd.
In het geval van een hybridehypotheek heeft u tevens de optie om de besteding van uw ingelegde premie geheel de verplaatsen naar het sparen.

Tijdelijke lijfrente

Bij een tijdelijke lijfrenteverzekering kunt u zelf aangeven binnen welke periode (welke looptijd) u de lijfrente uitkeringen wilt laten plaatsvinden.
Wanneer het einde van de looptijd is bereikt stopt de uitkering van de lijfrente.
Ditzelfde geldt bij overlijden van de verzekerde voor het einde van de looptijd.

Tijdelijke oudedagslijfrente

Een tijdelijke oudedagslijfrente heeft een looptijd van minstens 5 jaar.
De uitkering van de oudedagslijfrente komt toe aan de betreffende belastingplichtige.
De uitkering van de lijfrente gaat in tussen het 65e en 70e levensjaar. Indien dit inderdaad na het 65e levensjaar plaatsvindt neemt men als startdatum het moment dat men met pensioen gaat.
Sinds 2006 is het niet meer mogelijk om de tijdelijke oudedagslijfrente als overbruggingslijfrente in te laten gaan bij een pensioensdatum voor uw 65e.

Toegelaten verzekeraars

Het afsluiten van een lijfrenteverzekering dient te worden gedaan bij een zogenaamde ‘toegelaten verzekeraar’.
Onder toegelaten verzekeraar wordt verstaan: Nederlandse (in Nederland gevestigde) officiële verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen, in het buitenland gevestigde officiële verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen (voor immigranten), (in het geval van bedrijfsoverdracht) de overnemende ondernemer.

Toegestane lijfrentevormen

Volgens de wet Inkomsten Belasting (IB) 2001 zijn er nu 4 lijfrentevormen waarbij de fiscale aftrek van premies is toegestaan, te weten: oudedagslijfrente, tijdelijke oudedagsrente, nabestaandenlijfrente en invalidekind lijfrente.
Het afsluiten van een overbruggingslijfrente is sinds 2006 alleen nog mogelijk mits dit gedeelte is opgebouwd voor 2006.

Uitvaartverzekering

Een levenslange levensverzekering die uitkeert bij overlijden noemt men een uitvaartverzekering.
In dit geval kan de uitkering plaatsvinden als kostendekking voor de uitvaartkosten, waarbij direct aan de begrafenisonderneming wordt betaald: uitkering in natura.
Een uitvaartverzekering kan echter ook in geld uitkeren aan de begunstigde(n).

Unit Linked Verzekering

Bij een unit linked verzekering spaart men door beleggingen te doen in beleggingsfondsen.
De term ‘unit linked verzekering’ verwijst naar de constructie waarbij het spaardeel wordt ingezet om beleggingseenheden (units) aan te kopen.
Voor unit linked verzekeringen wordt vaak geïnvesteerd in obligatie-, aandelen- en/of mixfondsen. De waarde van deze beleggingsfondsen wordt berekend door de waarde per unit te vermenigvuldigen met het aantal aangekochte units.
Hieruit volgt natuurlijk ook dat men met de premie meer units kan aanschaffen wanneer de prijs per unit laag is, en omgekeerd.

Universal-life Verzekering

Ook bij universal-life verzekeringen worden delen van de ingelegde premies door de verzekeraar belegd in beleggingsfondsen.
Het overige deel van de premies worden gebruikt als risicopremie waarmee de kosten voor de ingebouwde overlijdensrisicoverzekeringen worden gedekt.

Vastrentende waarde

Men spreekt van een vastrentende waarde wanneer een men een jaarlijkse rente ontvangt op een gedane investering en wanneer aan het einde van de overeengekomen periode volledige terugbetaling van de hoofdsom volgt.

Vermogensrendementsheffing

De waarde van de bezittingen die in box 3 vallen worden verminderd met eventuele schulden.
Over het overgebleven bedrag wordt vervolgens een belasting van 1,2% geheven; de zogenaamde vermogensrendementsheffing.

Verpanding

Wanneer u recht van pand verleent aan een schuldeiser, biedt u de schuldeiser de zekerheid dat hij of zij voorrang boven andere schuldeisers kan verhalen bij zijn of haar vordering.
Bij het afsluiten van een hypotheek wordt een dergelijke constructie vaak toegepast in combinatie met het afsluiten van een levensverzekering.
In zo’n geval neemt men in de hypotheekakte op dat de opbrengst uit de betreffende levensverzekering ingezet dient te worden voor aflossing en/of onderpand.

Verzekerd bedrag

Het bedrag dat de verzekeraar uiteindelijk uitkeert aan de begunstigde wordt aangeduid met de term ‘verzekerd bedrag’.

Verzekerde

De persoon op wiens leven de levensverzekering wordt afgesloten wordt de ‘verzekerde’  genoemd. De verzekerde is dus niet noodzakelijk dezelfde persoon als de verzekeringnemer aangezien men ook een levensverzekering kan afsluiten op iemand anders. NB: een levensverzekering keert dus alleen uit bij overlijden van de verzekerde.

Verzekering

De overeenkomst tussen verzekeraar en verzekeringnemer waarbij de verzekeraars schades dekt waarvoor de verzekeringnemer is verzekerd, en de verzekeringnemer premie betaalt.
Welke schades worden vergoed en welke niet wordt vooraf vastgelegd bij het sluiten van de overeenkomst.
De hoogte van de vergoeding is mede afhankelijk van het verzekerde bedrag.

Verzekeringnemer

De persoon die de verzekering (polis) afsluit bij een verzekeringsmaatschappij.

Voorbeeldrendement

Zoals de term eigenlijk al aangeeft betreft het hier een voorbeeld.
Voor het afsluiten van een levensverzekering kan de verzekeraar berekenen wat naar schatting (het ‘voorbeeld’) het beleggingsrendement of het eindkapitaal zal zijn op het moment van de uiteindelijke uitkering.
Via een voorbeeldrendement kunnen consumenten zich van te voren een beeld vormen van de (waarschijnlijke) opbrengst van hun levensverzekering.
Zo kunnen de diverse aanbieders van levensverzekeringen tevens goed met elkaar vergeleken worden.

Voorlopige dekking

Wanneer de verzekeraar u accepteert als verzekeringnemer, wordt de betreffende verzekering pas ‘officieel’als de aanvraag definitief is.
In die periode van acceptatie tot definitieve aanvraag is er vaak sprake van voorlopige dekking.
In het geval u in deze tussenliggende periode al een beroep zou moeten doen op deze nieuwe verzekering, dan ontvangt u door die voorlopige dekking toch uw uitkering.

Vrijstelling van premiebetaling

Bij levensverzekeringen en pensioenverzekeringen kunt u meestal vrijstelling van premiebetaling bij arbeidsongeschiktheid mee betalen.
Wanneer u vervolgens onverhoopt te maken krijgt met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, dan heeft u recht op gehele of gedeeltelijke vrijstelling van premiebetaling zonder dat dit verder gevolgen heeft voor de door u afgesloten levensverzekering of pensioenverzekering.
Op deze wijze wordt het financiële risico van arbeidsongeschiktheid ondervangen.

Wachttijd

Bij het afsluiten van een levensverzekering kan het zijn dat de verzekerde niet direct volledige dekking geniet.
Bijvoorbeeld door bepaalde medische omstandigheden. De dekking is dan pas na een vooraf overeengekomen periode volledig.
Deze periode tussen het moment van afsluiten en het moment van volledige dekking noemt men de wachttijd of ‘Carenz-jaren’. Wanneer de verzekerde binnen de wachttijd overlijdt, kan het dus het geval zijn dat enkel de tot dan toe betaalde premie gerestitueerd.

Wezenpensioen

Kinderen tot 16 jaar krijgen een wezenpensioen wanneer beide ouders zijn overleden.
Wanneer kinderen tussen de 16 en 21 jaar aan bepaalde extra voorwaarden voldoen kunnen ook zij aanspraak maken op het wezenpensioen.
Voor de uitkering van het wezenpensioen maakt het geen verschil of het achtergebleven kind een eigen kind of een geadopteerd kind van de overleden ouders is.
Een kind krijgt echter alleen een wezenpensioen wanneer de laatst overleden ouder verzekerd was voor de Algemene Nabestaanden Wet (ANW). Dit is het geval wanneer de betreffende ouder in Nederland woonde en/of werkte.
In sommige gevallen wordt er ook een wezenpensioen uitgekeerd wanneer maar één van de ouders is overleden. Dit is aan de orde wanneer een van de ouders al voor het overlijden van de andere ouder al uit het ouderlijk gezag was ontzet, of wanneer de moeder overlijdt terwijl niet wettelijk is vastgesteld wie de vader is.
Er kan voor maximaal vijf kinderen per gezin een wezenpensioen worden uitgekeerd. Wanneer een gezin meer dan vijf kinderen telt, dan zullen de achtergebleven wezen het wezenpensioen voor vijf personen moeten delen.

Wezenuitkering

Zie Wezenpensioen.

WFT

Wet Financieel Toezicht.
Deze wet heeft betrekking op financiële dienstverleners als verzekeringsmaatschappijen, banken, verzekeringsagenten en andere tussenpersonen.
Met deze wet ziet men er op toe dat deze financiële dienstverleners voldoen aan de wettelijke eisen en bepalingen op het gebied van zorgplicht, transparantie financiële zekerheid, bedrijfsvoering, betrouwbaarheid en deskundigheid.
Deze wet neemt hiermee ook de consument in bescherming.

Winstdeling

Bij winstdeling deelt men mee in de behaalde winst van een bedrijf.
Bij sommige levensverzekeringen wordt een winstdelingsclausule opgenomen in de polis.
In dat geval wordt bij het verzekerde kapitaal/ de opgebouwde waarde de winstdeling opgeteld.

Zuivere lijfrente

Bij een ‘zuivere lijfrente’ staan zowel de hoogte van de uit te keren termijnbedragen als ‘het verzekerde lijf’ vanaf de ingangsdatum van de overeenkomst vast.
Ook bij zuivere lijfrente kan er sprake zijn van een direct ingaande of juist een uitgestelde lijfrente.

Back to top